Een kabeltester is een van die tools die je in een la legt en eigenlijk vergeet totdat je hem écht nodig hebt.
▶Inhoudsopgave
Je steekt hem in een kabel, hij knippert groen, en je bent blij. Maar weet je zeker dat hij gelijk heeft? Een kabeltester die liegt is erger dan geen tester, want hij geeft je een vals gevoel van veiligheid.
Als je netwerk traag is of een verbinding steeds wegvalt, wil je niet achteraf ontdekken dat je gereedschap je in de steek heeft gelaten. Hier lees je hoe je de meetnauwkeurigheid van je kabeltester serieus controleert, zonder dat je een hoofdpijn krijgt van technisch geneuzel.
Waarom nauwkeurigheid belangrijker is dan je denkt
Je kabeltester controleert of er verbinding is tussen de pinnen aan beide kanten van een kabel. Simpel, toch?
Helaas is het netwerkwereldje zelden simpel. Een tester kan zeggen dat een kabel "goed" is, maar als er te veel ruis op de lijn zit of als de kabel te lang is, werkt hij alsnog niet optimaal.
Een tester die alleen groen licht geeft bij een simpele verbindingstest, mist vaak de subtiliteiten van hogere netwerksnelheden zoals Gigabit Ethernet of Power over Ethernet (PoE). De meetnauwkeurigheid gaat dus verder dan "wel of geen contact". Het gaat erom of de tester de juiste specificaties meet op de juiste manier. Als je een kabel van 50 meter test en de tester zegt dat ie 30 meter is, dan weet je dat er iets mis is. Of als hij aangeeft dat de kabel Cat6 is, terwijl het een goedkope Cat5e-kabel is, loop je later performance problemen tegemoet.
De visuele inspectie: check je hardware
Voordat je überhaupt een test uitvoert, moet je je tester inspecteren. Dit klinkt als een open deur, maar de meeste fouten worden gemaakt door slijtage.
Kijk naar de poorten van de tester. Zitten er gebogen pinnen in de RJ45-aansluiting? Een enkele gebogen pin betekent dat de tester geen goede verbinding maakt met de kabel, wat resulteert in een foutieve meting.
Check ook de kabels die je zelf gebruikt om de tester te verbinden met je computer of netwerk.
Deze zogenaamde patchkabels moeten van hoge kwaliteit zijn. Als je een dure tester gebruikt maar een kapotte of inferieure patchkabel, meet je de fouten van die kabel, niet die van het netwerk dat je wilt testen. Gebruik bij voorkeur korte, nieuwe patchkabels voor je tests. Merken als Fluke Networks of Klein Tools maken degelijke kabels, maar elke kabel die voldoet aan de Cat6-standaard is prima, mits deze onbeschadigd is.
De basistest: Continuïteit en pinout
Elke kabeltester voert een continuïteitstest uit. Dit controleert of elke pin (1 tot en met 8) correct is aangesloten op de tegenoverliggende kant.
De nauwkeurigheid hiervan check je door een bekende goede kabel te testen.
Neem een korte, nieuwe kabel van hoge kwaliteit. Steek deze in de tester. De indicator moet aangeven dat alle 8 draden correct zijn verbonden (Straight Through).
Als de tester aangeeft dat er een draad ontbreekt (open) of dat er een kortsluiting is (short), terwijl je weet dat de kabel nieuw is, is je tester defect of is de kabel kapot. Doe dit altijd met een kabel die je 100% vertrouwt.
Let op de pinout. De meeste netwerkkabels gebruiken standaard T568B. Sommige testers geven aan als de kabel rechtstreeks is doorgetrokken (T568B naar T568B) of als er een crossover-kabel is (T568A naar T568B). Als je een standaard netwerkkabel test en de tester geeft een crossover aan, is er iets mis met de interpretatie of de kabel zelf. Voor de meeste thuisnetwerken en kantoren wil je een straight-through kabel.
De lengtemeting: hoe ver gaat het signaal?
Een goede draagbare kabeltester voor locatiegebruik meet niet alleen of er contact is, maar ook hoe lang de kabel is. Dit gebeurt vaak via Time Domain Reflectometry (TDR).
De tester stuurt een signaal de kabel in en meet hoelang het duurt voordat het weerkaatst terugkomt. Om dit te controleren, heb je een kabel nodig waarvan je de exacte lengte kent. Meet bijvoorbeeld een kabel die fysiek 10 meter lang is.
Sluit hem aan op de tester. De tester zou een meting moeten geven van ongeveer 10 meter (plus of minus een meter, afhankelijk van de kwaliteit van de kabel en de tester).
Let op: de nauwkeurigheid van lengtemetingen varieert sterk. Goedkopere testers hebben een foutmarge van tot wel 10 procent. Professionele testers zoals de Fluke DSX-5000 hebben een foutmarge van minder dan 3 procent.
Als je tester een kabel van 10 meter als 15 meter meet, of als hij zegt dat een kabel van 3 meter maar 1 meter is, is de meetnauwkeurigheid niet betrouwbaar voor kritieke installaties. Let bij dunne bedrading op het juiste meetbereik en de resolutie.
Test ook een langere kabel. Als je een kabel van 50 meter hebt, meet deze dan.
Als de tester aangeeft dat de kabel maar 30 meter is terwijl je weet dat ie langer is, kan dit duiden op een probleem met de impedantie of beschadigingen in de kabel die de meting verstoren.
De kabelklasse testen: Cat5e, Cat6 of Cat6a?
Een veelgemaakte fout is het verkeerd identificeren van de kabelklasse. Als je tijdens het proces onduidelijke foutmeldingen op je kabeltester krijgt, meet deze dan opnieuw; een tester meet de prestaties van de kabel namelijk altijd op basis van specifieke frequenties.
Cat5e is getest op 100 MHz, Cat6 op 250 MHz en Cat6a op 500 MHz. Om de nauwkeurigheid hiervan te controleren, heb je kabels nodig van verschillende klassen. Als je een oude Cat5e-kabel test en de tester beweert dat het een Cat6-kabel is, is de identificatie functie niet accuraat.
Dit gebeurt vaak bij goedkope testers die alleen kijken naar de weerstand en niet naar de frequentierespons. Professionele testers voeren een "headroom" test uit.
Dit meet of de kabel voldoet aan de specificaties voor hogere snelheden, zelfs als hij officieel een lagere klasse is.
Als je een kabel van hoge kwaliteit test (bijvoorbeeld een officiële Cat6a kabel) en de tester geeft aan dat deze niet voldoet aan de basis Cat6 specificaties, terwijl je weet dat de kabel van topkwaliteit is, dan is de tester te streng of defect. Let op de specificaties van je tester. Een standaard thuisgebruik tester geeft vaak alleen "Goed" of "Slecht" aan zonder klasse. Een netwerktester voor professionals toont de werkelijke klasse. Als je serieus bent over netwerkinstallaties, investeer dan in een tester die de frequentie meet, niet alleen de continuïteit.
Power over Ethernet (PoE) testen
Tegenwoordig gebruiken veel apparaten PoE, zoals camera's en access points. Een kabeltester controleert of de spanning correct wordt doorgegeven zonder de kabel te beschadigen. Om de nauwkeurigheid van de PoE-meting te controleren, sluit je de tester aan op een PoE-bron (zoals een switch) en een PoE-apparaat.
De tester moet aangeven welk type PoE wordt geleverd (afhankelijk van de standaard: 802.3af, 802.3at of 802.3bt).
Als je tester aangeeft dat er 30 watt wordt geleverd terwijl de switch maar 15 watt aan kan, is de meting incorrect. Let op: sommige testers meten alleen spanning en niet de daadwerkelijke stroomsterkte.
Een tester die aangeeft dat er 48 volt op de lijn staat, zegt nog niets over of het apparaat voldoende stroom krijgt. Een professionele tester meet de daadwerkelijke belasting. Als je een PoE-apparaat aansluit en de tester geeft een lage spanning aan, controleer dan of de kabel lang is (lange kabels hebben meer weerstand en verliezen spanning).
De limieten van je tester begrijpen
Geen enkele tester is perfect. Elk model heeft specificaties voor meetnauwkeurigheid.
Lees de handleiding van je Fluke, Klein Tools, of NetAlly tester om de foutmarges te kennen. Een veelvoorkomend probleem is de resolutie van de meting. Goedkope testers meten in stappen van bijvoorbeeld 0,5 meter, terwijl professionele testers meten in stappen van 0,1 meter.
Als je een kabel van 2,3 meter meet en de tester zegt 2,0 meter of 2,5 meter, is dat acceptabel voor thuisgebruik, maar niet voor precisiewerk in datacenters. Test je tester regelmatig.
Voer een meting uit op een korte, bekende kabel. Vergelijk de resultaten met eerdere metingen.
Als de resultaten plotseling afwijken zonder dat de kabel is veranderd, is er iets mis met de kalibratie van de tester.
Conclusie
De meetnauwkeurigheid van een kabeltester controleren is niet ingewikkeld, maar het vereist wel aandacht.
Begin met visuele inspectie, test met bekende kabels van verschillende lengtes en klassen, en controleer specifieke functies zoals PoE. Vertrouw niet blindelings op het groene lichtje; vertrouw op de data. Als je deze stappen volgt, weet je zeker dat je kabeltester een betrouwbare partner is, in plaats van een stuk speelgoed dat je voor de gek houdt.